BITE-IT onderzoek naar blended care voor revaliderende ouderen halverwege

29 juli 2026

Niet alles kan digitaal

Jaarlijks verblijven meer dan 60duizend kwetsbare ouderen korte tijd in een geriatrisch revalidatiecentrum. Daar herstellen zij van een ingreep, een botbreuk of een beroerte. Eenmaal thuis hebben zij veel behoefte aan gerichte begeleiding bij voeding en beweging. Die begeleiding versnelt hun herstel en voorkomt dat zij terugvallen. Vooral blended care biedt uitkomst. De combinatie van fysieke ondersteuning en online hulp in een app wordt dan ook steeds vaker ingezet door ambulante en eerstelijns diëtisten, fysiotherapeuten en oefentherapeuten. Maar welke elementen vooral goed werken, weten we nog niet. Dat moet het BITE-IT onderzoek van Eva Klaassen uitwijzen.

Eva Klaassen (32), zelf van oorsprong fysiotherapeute en nu fulltime onderzoeker en promovenda aan de Hogeschool van Amsterdam, startte twee jaar geleden aan haar vierjarige studie. Inmiddels is zij halverwege. Ze voerde een systematic review uit naar wat uit eerder onderzoek bekend is over effectieve interventies. Daarna interviewde zij 16 ouderen en begeleidde een aantal focusgroepen met zorgprofessionals uit de eerste en tweede lijn, waaronder GRZPLUS. Al die gesprekken gingen niet alleen over voeding en beweging zelf maar ook over de vraag hoe zij tegenover het gebruik van een app staan. Belangrijkste leerwinst tot nog toe: ja, er staan best veel ouderen open voor blended care. En ja, er is meer dan genoeg ‘bewijs’ voor de stelling dat blended care bij verschillende doelgroepen en aandoeningen effectief kan zijn. Juist daarom onderzoekt ze nu hoe dit werkt voor ouderen na een geriatrisch revalidatietraject.

Maar er zijn ook nog steeds best veel ouderen die niets van zo’n app moeten hebben. Zij zijn vooral bang dat ze het uiteindelijk allemaal met die app op hun telefoon moeten doen, en helemaal geen hulpverlener meer zien. “Die vrees is ongegrond. Maar de huiver is er wel en daar moeten we terdege rekening mee houden”, stelt Eva. Want als mensen er niet voor openstaan, gaat het begeleidingsprogramma niet werken. “Ik denk dan ook dat maatwerk straks echt nodig zal zijn. De ene heeft net iets meer persoonlijke ondersteuning nodig dan de ander. En misschien ook iets meer tijd om te wennen aan de combinatie van persoonlijke begeleiding en gebruik van een app”, aldus Eva.

Ook interessant: uit de focusgroepen bleek dat bepaalde stappen in het begeleidingsproces niet zonder direct contact tussen zorgprofessionals en patiënt kunnen. Zoals de intake. Die willen zorgprofessionals echt zelf live afnemen, bij patiënten thuis, zodat zij met eigen ogen zien in welke omgeving zij revalideren. Maar instructie over oefeningen en goede voeding kunnen bijvoorbeeld prima via de app worden aangeboden. Ook de inzet van een diëtist verdient extra aandacht. Die is nu vaak alleen op indicatie betrokken, bijvoorbeeld wanneer er sprake is van (dreigende) ondervoeding. Terwijl voeding een cruciale rol speelt in het herstel van kwetsbare ouderen. “Daar kunnen we de app ook heel goed voor gebruiken.”

Inmiddels staat er een begeleidingsprogramma van 12 weken op papier. Elke week kent een eigen thema, gericht op revalidatie en sturing van gedrag. Het programma is ook getest, onder andere door ouderen die zorg afnemen bij Omring en de Zorgcirkel. Daarin was de hulp van Pharos essentieel. Pharos is een expertisecentrum, gericht op het terugdringen van grote gezondheidsverschillen. “Zij hebben ons geholpen om te doorgronden hoe je digitale zorg toegankelijk en inclusief maakt. En de taalambassadeurs van Pharos hebben ons geholpen bij het verbeteren van de teksten, afbeeldingen en de navigatie in de app, zodat deze beter aansluit bij de doelgroep. Want ook dat is een vak apart.”

Belangrijkste drager van het voedings- en beweegprogramma wordt dus een app. Die hoeft uiteindelijk niet helemaal worden gebouwd, legt Eva uit. “We gebruiken een app die al bestaat en passen die grondig aan. Dat scheelt veel tijd en geld.” In het najaar start zij een haalbaarheidsstudie. En ze ontwikkelt samen met collega-onderzoeker Nanette van der Spek scholing voor zorgprofessionals. Ook dat is geen overbodige luxe. Eva: “Blended werken is voor velen van hen relatief nieuw. Het is allesbehalve gesneden koek. En het vergt een wat andere manier van werken. Bovendien wijst de praktijk uit dat er nog wel eens vooroordelen over bestaan. Dat sommige zorgprofessionals wat terughoudend zijn, is logisch en geen probleem. Maar we moeten hier wel aandacht voor hebben, want hun motivatie bepaalt voor een deel het succes van blended care.”

Eva Klaassen